Resultaten van de landschapsplanningen en huidige ontwikkelingen

Tijdens de laatste 25 jaar is het landschap hier enorm veranderd. Er zijn gebieden met ‘nieuwe natuur’ zoals de Millingerwaard en de ooizones langs de waal tussen Millingen en Nijmegen ontstaan. Beschermde natuurgebieden zoals de Kranenburger Bruch met zijn natte weiden en rietlanden en de Emmericher Ward met oeverwallen, oude geulen en ooibossen werden ecologisch opgewaardeerd. Op Salmorth ontstond een hardhoutooibos. De witte ooievaar en de bever hebben zich zelfs tot buiten de Gelderse Poort verspreid en stabiele populaties gevormd.

Met het oog op bescherming tegen hoogwater werden langs de Waal nevengeulen gegraven en werd een heel stadsdeel van Nijmegen opnieuw vormgegeven. In de Emmericher Ward ontstaat momenteel een nevengeul voor de ecologische opwaardering van de Aue.

Ook de intensivering van de landbouw is aan de Gelderse Poort niet voorbij gegaan. Het groenland wordt vaak niet meer beweid maar gemaaid om silage te winnen, de koeien blijven heel het jaar lang op stal. Heggen worden overbodig en verdwijnen. Op de akkers wordt overwegend maïs verbouwd. Kleine landbouwbedrijven worden opgegeven en er ontstaan grote stallen met honderden melkkoeien.

Door extensiveringsmaatregelen konden toch ook soortenrijke weides en velden behouden blijven. Ter bescherming van de weidevogels werden blanke zones aangelegd en bepaalde oppervlakken worden tijdens de broedperiodes niet bewerkt. Hagen en knotbomen worden onderhouden via specifieke landschapsonderhoudsprogramma’s. In het intensief voor de landbouw gebruikte Nederlandse gedeelte dient het landschap in het kader van de ‘groen-blauwe dooradering’ het landschap met hagen en bermen verrijkt te worden.