Landschapsontwikkeling in Nederland

In het begin van de jaren ’90 werd aan Nederlandse kant ook begonnen met de planningen voor natuurontwikkeling. Het was de bedoeling om het regelmatig overstromende dijkvoorland door maatregelen zoals grootse oppervlakken kleiafgravingen weer in een toestand te brengen zoals na de IJstijd met vloedgeulen, ooibossen en vloedduinen, en op grote schaal ‘nieuwe natuur’ te creëren.  Daartoe zouden ‘grote grazers’ (Galloway-runderen en Konik-paarden) een handje moeten helpen om de ooigebieden open te houden en de structurele rijkdom te bevorderen. Bovendien werden in geselecteerde gebieden bevers uitgezet, die reeds meer dan 100 jaar uitgestorven waren. Via een grondreinigingsproject werd het hele dijkvoorland bestemd als ‘nieuwe natuur’, terwijl het dijkachterland voor de landbouw werd geoptimaliseerd.